"De psychologie achter gedrag"
Wanneer een kind zichzelf kwijtraakt op school
"Ik ben dom."
"Ik kan niets."
"Ik ben lelijk."
Het zijn uitspraken die ik als kinderpsycholoog helaas vaker hoor dan mij lief is .
Opvallend genoeg komen deze woorden zelden voort uit de werkelijkheid . Ze ontstaan uit ervaringen . Uit honderden kleine momenten waarop een kind zich niet begrepen , niet gezien of niet voldoende ondersteund voelt .
Zelfbeeld ontstaat in relatie met anderen
Geen enkel kind wordt geboren met de overtuiging dat het niet goed genoeg is .
Het zelfbeeld ontwikkelt zich in de interactie met de mensen die voor een kind belangrijk zijn . Ouders, grootouders , leerkrachten , klasgenoten ... Zij fungeren als spiegels waarin een kind zichzelf leert kennen .
Wanneer een kind herhaaldelijk ervaart dat het tekortschiet , te traag is , te druk is , te gevoelig is of voortdurend "anders" lijkt dan de rest, ontstaat langzaam een gevaarlijk psychologisch proces .
Het kind stopt met denken :
"Dit lukt me vandaag niet ."
En begint te geloven :
"Ik ben iemand die niets kan ."
Dat verschil lijkt klein, maar is psychologisch enorm .
Het eerste gaat over een situatie .
Het tweede gaat over de identiteit .
Het brein trekt conclusies
Kinderen beschikken nog niet over de cognitieve rijpheid om complexe situaties genuanceerd te interpreteren .
Wanneer zij keer op keer negatieve ervaringen opdoen, zoeken ze een verklaring .
Die verklaring zoeken ze bijna altijd bij zichzelf .
Niet omdat ze objectief naar de situatie kijken .
Maar omdat hun brein behoefte heeft aan een logische verklaring .
Wanneer een kind telkens als laatste klaar is , apart moet werken , vaak wordt gecorrigeerd of minder positieve aandacht krijgt , ontstaat gemakkelijk de overtuiging:
"Er zal wel iets mis zijn met mij ."
Deze overtuiging nestelt zich diep in het zelfbeeld .
Het gevaar van goedbedoelde oplossingen
Veel onderwijsprofessionals handelen vanuit goede intenties .
Toch kunnen praktische oplossingen onbedoeld psychologische schade veroorzaken .
Een kind apart zetten om rustig te kunnen werken .
Extra taken alleen laten afwerken .
Regelmatig uit de klas halen .
Steeds opnieuw wijzen op wat nog niet af is .
Organisatorisch lijken dit logische keuzes .
Voor een kind kunnen ze echter een totaal andere betekenis krijgen .
"Ik hoor er niet bij ."
"Ik ben anders ."
"Ik ben een probleem ."
"De anderen mogen samen zijn . Ik niet ."
Kinderen onthouden niet alleen wat volwassenen doen .
Ze onthouden vooral welke betekenis hun brein eraan geeft .
Kinderen met een kwetsbaarheid lopen extra risico
Voor kinderen met een neurologische kwetsbaarheid , een ontwikkelingsstoornis , hoogbegaafdheid , trauma , langdurige ziekte of herstel na een hersenoperatie ligt dit risico nog veel hoger .
Hun gedrag wordt vaak beoordeeld vanuit wat zichtbaar is .
Hun inspanning blijft onzichtbaar .
Wat de buitenwereld ziet :
-
afgeleid
-
traag
-
dromerig
-
ongeorganiseerd
-
weinig initiatief
Wat het kind werkelijk ervaart :
-
mentale overbelasting
-
voortdurende compensatie
-
angst om fouten te maken
-
vermoeidheid
-
onzekerheid
-
de voortdurende strijd om erbij te horen .
De kracht van verbinding
Psychologisch onderzoek laat al decennialang zien dat leren pas optimaal mogelijk wordt wanneer een kind zich veilig voelt .
Veiligheid ontstaat niet door lagere verwachtingen .
Veiligheid ontstaat doordat een kind ervaart :
"Mijn leerkracht begrijpt mij ."
"Ik mag fouten maken ."
"Ik krijg hulp zonder dat ik mij hoef te schamen ."
"Ik hoor erbij ."
Pas dan komt het brein uit de overlevingsstand .
Pas dan ontstaat ruimte om te leren .
Ouders zijn geen tegenpartij
Ouders kennen hun kind vaak beter dan wie ook .
Wanneer zij vertellen hoe hun kind informatie verwerkt , stress ervaart of ondersteuning nodig heeft , is dat meestal geen kritiek op de school .
Het is een uitnodiging tot samenwerking .
Juist daar ligt een enorme kans .
Niet omdat ouders altijd gelijk hebben .
Maar omdat onderwijs en ouders elk een ander deel van de puzzel bezitten .
Een kind heeft beide nodig .
Een vraag die elke onderwijsprofessional zichzelf mag stellen
Misschien moeten we stoppen met vragen :
"Waarom werkt dit kind niet mee ?"
En vaker vragen :
"Welke ervaring heeft dit kind keer op keer opgedaan waardoor het zichzelf steeds minder is gaan vertrouwen ?"
Want kinderen verliezen hun zelfvertrouwen zelden in één grote gebeurtenis .
Meestal gebeurt het in honderden kleine momenten waarop niemand de psychologische impact zag .
En precies daar kunnen volwassenen het verschil maken .
Niet door kinderen te veranderen .
Maar door de omgeving zo vorm te geven dat een kind opnieuw mag ervaren :
"Ik ben niet het probleem . Ik ben een kind dat ondersteuning nodig heeft om te kunnen groeien ."
Dat besef is vaak het begin van herstel .